header_8.jpg

 

 

 

 

Stukje scheepvaarthistorie verkwanseld

(uit Stadsblad Amsterdam 15-09-1999 door Joop Lahaise)

Voor scheepswerf Het Groenland op Wittenburg valt na anderhalve eeuw definitief het doek. De laatste woonboot is vorige week op de helling gegaan. Aan dit afscheid van het laatste scheepsreparatiebedrijf op de Oostelijke Eilanden –ook bij Stork wordt de zaak afgebouwd – gingen vijf lange jaren van hangen en wurgen vooraf, van soebatten met de gemeente over het al dan niet kunnen voortbestaan van een van de laatste traditionele scheepswerven van Amsterdam.

oud1

Compagnons Simon Beffers en Gerard van Rossum worden dezer dagen heen en weer geslingerd door weemoed,ergernis over de gemeentelijke bureaucratie, opluchting dat het nu eindelijk achter de rug is en toch nog enige hoop dat dit unieke Amsterdamse bedrijf elders kan worden voortgezet.

Dat laatste is in elk geval de ambitie van Gerard van Rossum:”De naam Beffers & Co is een begrip. Ik wil die traditie graag voortzetten maar zo’n lokatie als we hier hadden, krijgen we natuurlijk niet terug.”

oud3

Werf Het Groenland had een bijzondere sfeer: het vervallen Markerhuisje uit 1855, de houten loodsen, de kraan die boven de nieuwbouw uittorende, de machines waarvan de meesten uit de vorige eeuw stamden en de drie hellingbanen in het groen. Soms klonken er harde klappen van voorhamers, vaak het gesis van lasapparaten en snijbranders en het geratel van de lieren, waarmee de schepen – tot zo’n dertig meter lengte- op het droge werden getrokken. Tussendoor was het merkwaardig stil op dit laatste ruige bedrijfsterrein aan de rand van de binnenstad. Simon Beffers:

“Vogels, kleine dieren,reptielen, planten die je misschien nergens anders in de stad ziet…die hadden er kennelijk geen moeite mee dat de grond hier behoorlijk is vervuild”.

Die vervuiling is er de oorzaak van dat Beffers & Co moest verdwijnen. In vroeger tijden stond er naast de werf een houtveredelingsfabriek. Zwaar giftige creosoot (een impregneermiddel) stroomde tientallen jaren vrijelijk de bodem van Wittenburg in. Beffers:”Had niets met ons te maken maar de gemeente liet ons wel voor de sanering opdraaien”.

oud4

Begin jaren negentig liet de gemeente Beffers en Van Rossum weten dat de grond onder de werf gesaneerd en de hellingbaan moest worden voorzien van een betonnen vloer om toekomstige vervuiling te voorkomen. Beffers:”Er werden tekeningen gemaakt voor nieuwe opstallen, er was een saneringsplan dat ons 98 duizend gulden zou kosten en na de bouwvak van 1992 zouden de werkzaamheden beginnen. Maar in plaats daarvan volgde uitstel op uitstel, werden plannen zonder overleg gewijzigd en kwam er uiteindelijk een saneringsofferte van een half miljoen”.

 

Zoveel geld konden de compagnons niet opbrengen. Temeer niet omdat de werf toch al fors moest investeren om ook aan andere moderne bedrijfseisen te voldoen. Van Rossum:”Het was onze kracht en uiteindelijk onze zwakte dat we er altijd een traditionele, zeg maar gerust ouderwetse, bedrijfsvoering op na hielden. Daardoor konden we relatief goedkoop werken en klanten van dienst zijn die elders niet terecht konden. Maar daarmee was de basis te smal om zulke investeringen te rechtvaardigen.”

Beffers en Van Rossum steken de hand deels in eigen boezem. “Maar uiteindelijk heeft de bureaucratie ons de strop omgedaan,”stelt Simon Beffers. “Als het stadhuis zijn oorspronkelijke afspraken was nagekomen dan was deze werf behouden gebleven”.

Nadat ook enkele alternatieve plannen op gebrek aan medewerking van de gemeente stuitten, besloten de compagnons de werf, die op eigen grond staat, aan de gemeente te verkopen. Beffers:”Veel te goedkoop maar we hadden geen keus. Ze dreigden met ontei gening als we niet mee zouden werken.”

Van Rossum:”Zelfs in het uitbetalen waren ze laks. Maanden moesten we om ons geld zeuren en dan bleek er een ambtenaar te zijn vertrokken. Ze hebben toegegeven dat de afhandeling niet in de haak was maar ondertussen zit ik voor het voldongen feit dat de werf op 1 oktober leeg moet worden opgeleverd en er nog geen enkele duidelijkheid is omtrent een nieuwe lokatie.”

Het steekt Simon Beffers dat de gemeenteraad besloten heeft dat traditionele bedrijven zoals werf Het Groenland, in woongebied mogen blijven, en roept dat er voor de vele historische vaartuigen in de stad onderhoudswerven moeten blijven maar dat er niets ondernomen wordt om die intenties gestalte te geven. “Loze uitspraken van zo’n raad. Waar moeten al die woonschepen en historische vaartuigen zo meteen naartoe?”

“Dit is een uniek bedrijf. Mijn voorvaderen begonnen in de vorige eeuw met een nieuwbouwwerf op Kattenburg. Tijdens de mobilisatie werden we gedwongen om het marineterrein te verlaten en namen we Het Groenland over van de familie Broerse, die hier al vanaf 1855 een werf voerde. In de gouden jaren werkten hier twaalf man. We bouwden nieuwe dekschuiten, platbodems en bouwden coasters af.”

dia1

Op de gouden jaren volgden magere jaren. De redding kwam in de vorm van gestaag groeiend woonschepenbestand. Beffers:”Dat was wennen in het begin. Zeker voor de oude heren.” Hij doelt op zijn vader en grootvader. “Ze moesten om leren gaan met hippies, die weinig te besteden en geen verstand van schepen hadden en die dan een paar weken op de werf kwamen wonen. Bovendien moest je voorzichtig zijn met zo’n ingetimmerd vaartuig. Voor je het wist stond de boel bij het lassen in de fik.”

Maar werf Het Groenland werd snel een begrip onder bootbewoners. Beffers gold als vakkundig, eerlijk en soepel. Van Rossum:”Hier kon en mocht alles. Voor bootbewoners met weinig geld was het ideaal dat ze hier zelf konden klussen terwijl wij de onderkant en het moeilijke constructiewerk aanpakten.”

In latere jaren kwamen de charters erbij: historische platbodems die na een kort bestaan als woonschuit of afgedankt als motorvrachtschip, weer in originele zeilende staat moesten worden teruggebracht om met passagiers rond te varen.

Beffers: “Menig historisch schip in de stad is door ons weer in de oorspronkelijke staat gebracht. Niet één andere werf in Amsterdam of omstreken pakt zulke klussen aan. Te tijdrovend en niet winstgevend genoeg.” Daar komt bij dat Beffers en Van Rossum hun vak als geen ander verstaan. Beffers heeft oog voor de rondingen van een tjalk, aak of klipper en weet ook zonder tekeningen hoe een schip er vroeger uit moet hebben gezien.

Met het verdwijnen van werf Het Groenland verliest Wittenburg zijn laatste stukje authentieke bedrijvigheid. Eilandbewoonster Hendrickje Willemse:”De meeste bewoners betreuren het enorm. Zo meteen komen hier van die saaie flats. Zo hou je alleen nog een woonfunctie over. Ik begrijp niet waarom er niet wat gemeenschapsgeld uitgetrokken had kunnen worden om dit te behouden.”

Schuin aan de overkant waren ooit de werven van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), daar waar nu Stork aan het afbouwen is. Beffers:”Tot ver in onze tijd was het hier één en al bedrijvigheid en voeren er coasters door de Wittenburgervaart. Ook aan de overkant was een werf. Daar heb ik het vak geleerd.”

vervolg scheepsvaarhistorie 2

Simon Beffers trekt voor de laatste keer zijn overall aan. Het woonschip van Arie Hoek gaat op de helling. Arie is niet zomaar een klant. Hij speelde zo’n achttien jaar in z’n vrije tijd de onbezoldigde duvelstoejager op de werf, in ruil voor een plek om aan zijn boot te knutselen. Schipperszoon Arie maakt van zijn weemoed geen geheim. Al een jaar heeft hij het erover dat zijn schip ooit als laatste op de helling van Het Groenland gaat en nu is het zo ver. Simon is in zekere zin blij dat het gesoebat van de afgelopen jaren nu eindelijk achter de rug is en Gerard werkt druk aan de doorstart van Beffers & Co. Voor Arie is dit zo mogelijk een nog pijnlijker afscheid dan voor de compagnons. Ëeuwig zonde en een groot schandaal dat de gemeente de werf zo heeft behandeld,”moppert hij terwijl Simon voor de allerlaatste keer de lier in werking stelt en het geratel nog één keer te horen is.

Werf heeft nog kleine kans

(Uit stadsblad Amsterdam 23-10-1999)

Amsterdam - De 150 jaar oude scheepswerf Het Groenland op Wittenburg hoeft misschien niet te verdwijnen. De Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg adviseert behoud van het monumentale bedrijf maar het wordt een race tegen de klok want de slopers staan klaar.

Markerhuisje_voor_sloop

De aandacht van Monumentenzorg werd getrokken door het 150 jaar oude Markerhuisje dat op de werf staat. Verwaarloosd maar met nog tal van originele details, tot en met de nissen waar de bedsteden stonden. Een bezoek aan de werf, naar aanleiding van tips van voormalige klanten van Het Groenland, leidde tot het inzicht dat de werf als geheel behouden zou moeten blijven.

Inmiddels is een aanvraag ingediend om Het Groenland als geheel op de rijksmonumentenlijst te laten plaatsen. Indien die aanvraag ontvankelijk wordt verklaard mag er tenminste drie maanden niet worden gesloopt. Wordt de werf vervolgens tot monument verklaard dan is de voorgenomen bouw van een appartementencomplex van de baan.

Eigenaar G. van Rossum van Beffers & Co, de firma die de werf sinds de jaren dertig in gebruik heeft wil graag terug naar de stek die hij vorige week heeft verlaten. Het terrein werd verkocht omdat het bedrijf de verplichte bodemsanering niet kon opbrengen.

Voortzetting van de werf past in de wens van de gemeenteraad om deze bedrijvigheid voor de stad te behouden. Volgens bronnen op het stadhuis zou de Welstandscommissie fel gekant zijn tegen de nieuwbouwplannen, die in stijd zijn met de huidige ideeën over stadsvernieuwing.

Arie Hoek, woordvoerder van Beffers & Co, vreest niettemin dat de slopers de race winnen. Het secretariaat van de Raad voor de Monumentenzorg bevestigt: "Het is eerder vijf over dan vijf voor twaalf."

Scheepswerf op drift

(stadsblad Amsterdam oktober 1999)

Scheepswerf_op_drift

 

Scheepswerf Het Groenland (sinds 1855), de laatste werf van de Oostelijke Eilanden, is niet meer. Moderne appartementen nemen over een tijdje de plaats in van honderdvijftig jaar Amsterdamse scheepsbouwtraditie. Firma Beffers & Co, eigenaar van Het Groenland, heeft veel van de oude machines gered. Ze staan op een vijftal dekschuiten te wachten op een nieuwe lokatie. Directeur Gerard van Rossum hoopt over enige tijd in Zeeburg een plek te vinden. Tot die tijd blijft het schipperen, letterlijk en figuurlijk. Er is onder woonbooteigenaren grote behoefte aan ambachtelijk werkende scheepsreparatiebedrijven.

foto Bram de Hollanderfotografie

luchtfoto_groenland_oostenburg